Snakke is praten, spise betekent eten. Zo af en toe pik ik een woordje Noors op. Jammer genoeg niet voldoende om met Mila te babbelen. Vanzelfsprekend is de voertaal in Maartens gezin Noors en spelenderwijs gooit ie er wat Nederlands woordjes door.

Mila heeft uitgekeken naar mijn komst. Niet om de cadeautjes voor haar vierde verjaardag uit te pakken, maar omdat ze dan ’s morgens mag roepen: ‘Oma, ik ben wakker!’ In het Nederlands, daar heeft ze goed op geoefend. De eerste ochtend was ze nogal verlegen. Met een lieve glimlach knikte ze in antwoord op elke vraag.

Diezelfde morgen heb ik twee pakken oer-Hollandse poffertjes weggebakken. Een traktatie voor de kinderen, die ’s middags op haar feestje zouden komen. Met ogen op schoteltjes werden de bordjes met mini-pannenkoeken in ontvangst genomen. Rare jongens, die Hollanders…

Maar hoe goed de poffers ook smaakten bij kinders én ouders, de bodem van de schaal kwam niet in zicht. Maarten likkebaardde al dat het een lekker ontbijtje zou zijn voor de volgende ochtend. Dat had Mila goed in haar oren geknoopt.

Na haar ‘Oma, ik ben wakker!’ maakte ze een internationaal gebaar. Ze wreef met haar hand over haar buikje. Nee, geen alledaagse cornflakes. Poffertjes! Ik legde er om te beginnen zes op haar bordje. Ze schoof ze naar de rand en gebaarde dat er nog wel een paar bij pasten. Genietend at ze haar Hollandse hap en keek tevreden in de schaal. Morgenochtend weer…!