Het wemelt hier van de vissen. Op welk moment van de dag je ook overboord kijkt, je ziet keurige scholen met dezelfde maat visjes. Oud brood, rijst of restantjes kip verdwijnen razendsnel in de vissenbekjes. In augustus dobberden er vreemde kwallen rondom de boot. Vingerhoedkwallen, heb ik opgezocht. We telden er zestien, de grootste had toch wel een diameter van 30 centimeter.

Sommige zeilers hebben een scheepshond. Leuk als je aan een kade ligt, maar het lijkt me lastig als je op volle zee zit… De stewardess van onze buurboot heeft zelfs een zwerfkatje geadopteerd. Hij wijkt niet van haar voeten. Hij zou wel gek zijn, ze haalt elke dag verse sardientjes voor ‘m!

En dan de vliegers… Mussen kom je overal ter wereld tegen. Deze brutaaltjes komen aan boord om te zien of we alsjeblieft wat kruimels geknoeid hebben. Krijsende meeuwen vliegen achter binnenkomende vissersschepen aan. Er wordt namelijk nog wel ’s een visje overboord gegooid. We hebben ook ‘onze eigen’ meeuw, die dagelijks luid schreeuwend neerstrijkt op de lichtboei naast Sea Life.

Gisteren werd ik aandachtig opgenomen door een roodborstje op de reling van het achterdek. Hij schrok zich te pletter toen ik terugkeek. En net, een klein kwartier geleden, zag ik een plonsje in het water. Een kleurig vogeltje, die via een duik in de zee op onze reling neerstreek. Voor twee seconden maar… En weg was ie weer. Ik heb dus gewoon een ijsvogel in ’t wild gezien!

Over muggen wil ik het niet hebben. En ook niet over de twee kleine spinnen, die ik van de lijnen getikt heb. Of over die vliegensvlugge kakkerlak op de pier. Maar binnenkort wel weer over tjitjaks, gekko’s en tokhé’s in Thailand!