Het zeewater in Jomtien is net zo troebel als in Scheveningen of Katwijk. Met hier en daar een verdwaalde plastic zak of een dood visje. En tóch zit ik liever op dit Thaise strand. Voor zover het oog reikt staat het barstensvol blauwe parasollen. Stijf tegen elkaar aan, zodat de gloeiend hete zon er niet tussendoor schijnt. De verbleekte franjes zijn rafelig… part of the charm.

Elke vijftien meter strand kent een andere eigenaar. Ze beheren zo’n dertig strandstoelen en aftandse tafeltjes. Voor 30 baht (= ca € 0,60) huur je zo’n stoel. Of je er nou een kwartiertje zit of zoals ik, van 10.00 tot 18.00 uur. ‘Coffeeeee or watuh?’ wordt me vrolijk toegeroepen als ik aan kom lopen.

Elke anderhalve minuut komen er verkopers voorbij struinen. Ze proberen met de Thaise Smile hun handel aan de man te brengen. Kleding, kippenpootjes, fruit, snuisterijen, henna tattoo’s en ‘aisekleem’ (vrij vertaald: icecream). Kleine meisjes met droevige gezichtjes proberen je over te halen om hun gekooide musjes vrij te laten. Kost maar 10 baht en is voor good luck. De vogeltjes vliegen uit en keren linea recta terug hun kooitjes in.

Maar héél af en toe tref je een strandstoeleneigenaar zonder die mooie glimlach. En daar streek ik vorige week per ongeluk neer. Op een Russisch echtpaar en mij na, was hun strandstek leeg. Lekker rustig, dacht ik nog. Coffeeee en watuh werden met norse blik op mijn houten tafeltje gedeponeerd. Of ik direct wilde afrekenen. Eh, nee dus… Normaalgesproken doe je dat aan het eind van je strandbezoek. Hij droop ontevreden af.

Het is een ongeschreven regel dat de parasollen tegen zonsondergang worden ingeklapt. Rond half vijf keek ik op uit mijn boek en zag dat stoelen achter mij al werden weggezet.Tja, logisch dacht ik nog. Het Russische stel was vertrokken en alleen ik zat er nog. Mijn boek was te spannend om al op te breken.

Een half uur later stond een even norse vrouw naast mijn stoel. Ik negeerde haar. Ze hield stoïcijns mijn parasolvoet vast en met haar ogen sommeerde ze mij om op te hoepelen. Ik heb haar tien minuten laten staan en toen pakte ik toch maar mijn boeltje bij elkaar. Hun humeurigheid werkte aanstekelijk en zonder één woord rekende ik af en liep weg.

De volgende dag lette ik goed op welk trapje naar het strand ik afdaalde. ‘Sawadi kah! Watuh?’ straalde de eigenaresse. Yep, dit beloofde een Thai Smile Dagje!

15 juni 2014