Het kleine meisje in mij steekt de kop op. Terwijl ik over het rustige strand van Na-Jomtien slenter, is mijn neus op het zand gericht. Schelpen! Veel schelpen! Was ik vroeger ernstig tevreden met kleine zachtroze exemplaren op het Noordwijkse strand, nu word ik als een magneet naar heel grote schelpen getrokken.

Maar dan bedoel ik ook écht enorme schelpen in gemarmerde zwart- en bruintinten. Het lijken wel halve waaiers. De grootsten zijn zo’n dertig centimeter. Als een ekster verzamel ik ze. Nog één, nog één en die ook nog. Een plastic tasje is in no time tot de nok gevuld.

Op mijn hurken speur ik de bonte verzameling af. Tussen al die waaiers zie ik ook prachtige kleine schelpen. Geribbeld, gedraaid, gekleurd… Hup, in de tas. Ze rollen moeiteloos naar de bodem van de tas. Mijn hart maakt een sprongetje, want een stukje verderop zie ik nóg meer schelpen. Ik word helemaal blij van groenige, verweerde schelpen die hier en daar versleten zijn. Hoe lang zouden ze al over de bodem van de zee schuren? Intrigerend. Nevertheless, ik word er heel hebberig van.

Ik steek mijn hand uit om een lange, bruine schelp te pakken. Gadverdarrie, het is een hondendrol… Ik zie het godzijdank net op tijd!

Ondertussen heb ik niet alleen de plastic tas vol, maar mijn strandtas moet er ook aan geloven. Teder wikkel ik de groenige exemplaren in mijn badlaken. Maar mijn strandtas is nog niet vol. Ik beloof mijzelf dat ik alleen nog bij de volgende opeenhoping van schelpen mag kijken. En dan is ’t klaar.

Mijn ogen struinen een verzameling wier, koraal en schelpen af en ik schiet in de lach. Tussen al dit natuurschoon ligt een kunstgebit! Ach gossie, je zal maar lekker op de kabbelende golven dobberen en verrast worden door een hoge golf, die zo het gebit uit je giechel spoelt. Of je hangt als matroos kotsend over de reling van het schip. Weg tandjes! Ik besluit om het bovengebit te laten liggen. Voor de rechtmatige eigenaar.

17 juni 2014