“Gaan jullie gezellig samen op pad vandaag of gaan we met z’n drieën?”, vraag ik Frank ’s morgens. “Gezellig met z’n drietjes!” is het antwoord. Nice, het eiland Koh Chang rond in de nieuwe auto.

Google vertelt ons waar de mooiste waterval te vinden is. Twintig minuten later parkeren we de auto en volgen de borden ‘viewpoint’ en ‘waterfall’. Een stevige klim over rotsen, boomwortels en erg smalle paadjes met een hoog Chiang Mai trekgehalte. M’n haren plakken in mijn nek en het water loopt in straaltjes over mijn rug. Maar het is de moeite waard. Wat een mooie omgeving! De toevallig identieke camera’s van Sang en mij maken overuren. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht.

Na de afdaling hebben we een ijskoud drankje verdiend, vinden we. Mmm… lekker, die lychee-shake!

Onderweg vertelde ik over het fameuze Treehouse op Lonely Beach. Super backpack-style, maar jammer genoeg ter ziele. Vorig jaar zag ik tussen alle neergehaalde planken nog heel zielig een eenzame wc-pot staan… Maar joehoe, op Long Beach is een nieuw Treehouse gebouwd. Na 18.00 uur geen elektriciteit en douchen doe je door schaaltjes koud water over je heen te gieten. Net als in Chiang Mai toen ik bij de bergstam sliep.

Long Beach is op het zuidelijkste puntje van de oostkust. Ik waarschuw Frank al dat je er niet helemaal met een auto kunt komen. ’t Is zeker twee kilometer lopen geblazen. Drie navigatiewonders in één auto staat garant voor het nemen van een verkeerde afslag. Gelukkig maar, want we komen terecht in Salak Phet. Deze rommelige fisherman village is gebouwd op de mangrove. Prachtig, mijn camera klikt non-stop. Er is zelfs een restaurantje met twee tafeltjes! Frank en ik zijn onder de indruk en wijzen telkens ‘oh, moet je kijken!‘ Sang vindt ’t een zooitje…

Onderweg slaakten we alledrie een luid ‘ach...!’ toen we langs de weg een doodgereden puppy zagen liggen. De moederhond liep wezenloos rond het lichaampje te janken.

Afijn, op naar Long Beach! De weg wordt steeds smaller, we rijden onder een bomenboog door. Frank staat boven op de rem. Een rood/wit gestreept bord geeft aan dat er een stuk asfalt van zo’ zes meter is weggeslagen. We kunnen niet verder, dat weet ik zeker. Ik stap uit om een foto te maken van de gammele houten brug, die naast het gat is gefabriceerd. Terwijl ik door de lens kijk, rijdt hij doodleuk over de balken! ‘Nee!‘ gil ik nog, maar hij staat al aan de andere kant.

Het wegdek wordt steeds beroerder en zelfs Frank denkt dat ie niet verder kan. Tótdat er een tegenligger aankomt… Hét sein voor hem om de weg te vervolgen. Sang en ik zitten met wit weggetrokken bekkies in de hoge pick-up. Frank geniet van het terreinrijden over rotsblokken en gapende gaten van zo’n dertig cm diep. De kreten ‘Pas op!’, ‘Careful!’ en ‘Te smal! Dat gaat echt niet!‘ zijn niet van de lucht. Maar het lukt. Frank verdient de aantekening ‘uitstekende terreinrijder’ op zijn rijbewijs!

By the way, deze routevirtuozen hebben Treehouse niet gevonden…

30 juni 2014