blèh

Vanochtend stond ik op met een blèh-gevoel. Ik hees me tegen half negen moedeloos uit bed. Met hoofdpijn. Dat had misschien te maken met een ietsiepietsie teveel alcohol gisteravond… En ik vond mezelf best zielig met al m’n muggenbulten. Omdat ik me als eerste in het land der wakkeren begaf, stond de waterkoker nog uit. Pfff, dat betekende vijf hele minuten wachten op een kop koffie. Na twee bakken én een paar paracetamollen bleef ik lusteloos.

Met Frank besprak ik later mijn vakantieplannen. Zelfs de gedachte om een dezer dagen af te reizen naar m’n favoriete hippiedorp op Koh Chang gaf geen energie. Wéér vier uur in een busje, wéér die ferry pakken.

Het lukte me ook niet om moed bij elkaar te rapen om op de fiets naar ’t strand te gaan. Terwijl ik juist wel zo’n zin had om onderuit gezakt in een strandstoel bakken fruit weg te werken. In de mij toegeëigende schommelstoel heb ik maar wat zitten iPad-ten; mailtjes lezen, saldo checken en tevergeefs geprobeerd mijn Solitaire-score te verbeteren.

Dan maar een uurtje terug naar bed. Naar het plafond starend kwam ik tot de conclusie dat ’t stikzonde was van een mooie vakantiedag. Frank bracht me op een idee. Op een paar honderd meter hier vandaan is een massagesalonnetje. Niet te ver fietsen en stukken beter voor me dan lamlendig in de schommelstoel te blijven hangen.

Na een kippeneindje op de trappers hees ik me in katoenen pyjamapak voor een Thaise massage. De vrouw die mij stevig kneedde vroeg zich af of het mijn allereerste massage was. Op mijn verbaasde blik antwoordde ze dat de meeste ‘falang’ (eigenlijk ‘farang’, het Thaise woord voor buitenlanders) kiezen voor de minder hardhandige oliemassage. Na mijn ontkenning knikte ze goedkeurend. “You walk a lot?”, was de volgende vraag. Met gepaste trots vertelde ik dat ik thuis dagelijks zo’n zeven kilometer wegstap.

M’n lusteloosheid verdween zachtjes. Monter stapte ik weer op de fiets met in gedachten een mooi draaiboek voor de resterende vakantiedagen…

26 januari 2015