Om 07.00 uur tringelt de wekker al. Yep, erg vroeg voor een vakantiedag, maar ik sta à la minute naast mijn bed. Vandaag pak ik namelijk een minivan naar Koh Chang. Ik heb nog geen idee hoe lang ik op het eiland zal blijven. Drie, vier dagen, misschien een week…

Twee uurjes later stap ik met handbagage in het busje. Ik ben de laatste passagier. Achterin zitten een paar Engelsen, minding their own business. De rest van de minivan is gevuld met een Russische familie. Vader, moeder, drie jongetjes, een tante en oma, schat ik zo in. Het jongste ventje zal een jaar of drie zijn. Een engelensnoetje met blonde, warrige krullen. Gooisch bakfiets materiaal. Maar dat stemmetje! Erg schel en ont-zet-tend irritant… En hij jengelt non-stop. Om ‘m stil te krijgen start mams een spelletje op de iPad. Vol volume, bijna net zo erg als het gejammer van het kind.

Bij een benzinestation krijgt iedereen de gelegenheid de benen te strekken, te plassen of een sigaretje op te steken. Als we koud weer tien minuten onderweg zijn, draait de chauffeur de minivan aan de kant van de snelweg. Ik ben verbaasd. Pech…? Maar nee, het krijsende joch moet plassen.

Weer on the road sabbel ik fanatiek op pepermuntjes om niet hartstikke misselijk te worden van de rijstijl van de chauffeur. Optrekken, gas los, optrekken, gas los… Trat, nog 146 kilometer zie ik. Zucht… Toch dommel ik een beetje in en een half uurtje later besef ik dat er iets vreemds aan de hand is. Barst, het kind is stil! Hij is bij z’n vader op schoot in slaap gevallen.

Maar aj, het busje heeft diesel nodig. Bij een benzinestation wordt iedereen uit de minivan gebonjourd. En het kind is weer wakker… Als we tien minuten later weer instappen, geurt de auto naar etenswaren. Fruit, worstjes en tosti’s. Mijn maag maakt salto’s. Van het bordje ‘Do not eat foods in the car’ wordt niets aangetrokken. En ’t staat er toch echt in het Russisch onder…

Joehoe, Trat nog 20 kilometer! Ik kan niet wachten totdat op de ferry de zilte zeewind door m’n haren waait.

2 februari 2015