Het is een ieder bekend dat ik stapel op Thailand ben. De warmte, de geuren, de keuken laten mijn ogen glinsteren. Het gevarieerde landschap blijft me verbazen. De drukte van Bangkok, de stranden, de bergen en uitgestrekte rijstvelden. En niet te vergeten de vriendelijkheid van de mensen, die met hun handpalmen tegen elkaar gedrukt ‘Sawadee kah’ glimlachen.

Maar ook de Thaise dierenpopulatie maakt verschillende emoties bij me los. Zoals verbazing als ik vanaf mijn balkon eekhoorntjes achter elkaar aan zie rennen. In het drukke Bangkok, over een telefoonkabel, die in on-Hollandse kluwen van paal naar paal lopen.

Een glimlach als ik vanaf datzelfde balkon een rooie kat uitgestrekt bovenop een telefooncel zie soezen. Die is ongetwijfeld de andere katten uit het hotel even spuugzat.

Herkenning als ik zie dat schildpad Archibald en what’s her name nog steeds leven. Zij en hun nageslacht zwemmen traag in het troebele poeltje in Atlanta’s hoteltuin. Aangevreten kroppen sla dobberen doelloos in het water.

Medelijden met alle zwerfhonden, die er door het ontbreken van enig fokprogamma er allen identiek uitzien. Deze vuilnisbakken struinen het strand af, komen heel stilletjes naast je strandstoel liggen in de hoop dat je wat eten uit je klamme handen laat glibberen. Zo niet, steken ze hun schurftige kop gewoon in je prullenbak en snaaien kippenbotjes weg.

De schrik in mijn lijf als ik ’s morgens achteloos de terrasdeur van de Hill Side Bungalow op Lonely Beach open. Ik stap bijna op een kever, zo groot als een flinke koffiemok. In een reflex gooi ik de deur weer dicht. Dan spreek ik mijzelf toe: “Mar, het is maar een tor! Je bent niet bang voor een tor…” Gewapend met opgerold tijdschrift waag ik me weer naar buiten en mep ‘m als een sjoelsteen het terras af.

Vertedering als je op Koh Chang hele apenfamilies in het struikgewas ontdekt. Op ’t gemak vlooiend. Of bij containers op zoek naar restjes voedsel.

Ik ben opgetogen als apen zó dicht bij de Hill Side Bungalow komen, dat ze strak in mijn lens kijken als volleerde fotomodellen.

Bang als een uit de kluiten gewassen mannetjesaap met trage pas de treden naar het terras neemt, terwijl ik opkijk uit een goed boek. Hij pakt hoopvol het zakje waar nootjes in zaten en gooit ‘m chagrijnig op de grond als hij merkt dat het een lege verpakking is. In zijn zoektocht blijft zijn blik hangen op de spiegelreflex op tafel. Voordat hij beseft dat de camera niet eetbaar is, heb ik ‘m van tafel gegrist en verschans me in mijn bungalow. Veilig achter gesloten deuren. Hij druipt teleurgesteld af…

En tot slot hilarische lachbuien. Na een middagje strand, hangen Emmie en ik onze natte bikini’s en badlakens aan de waslijn. In luchtige flodderjurken verlaten we ons houten huisje om weer ’s lekker te eten. Bij terugkomst liggen onze handdoeken op de grond. Zo’n drie meter verderop, zonder een zuchtje wind. Vreemd… Bij nadere inspectie blijken onze bikinitops verdwenen. Onze verwoede zoekpoging rondom het huis op palen levert 50% van de apenbuit op. Mijn bovenstukje vinden we tussen het struikgewas terug. Die van Em blijft spoorloos. Ze grijpt deze vermissing met beide handen aan om een nieuwe bikini te scoren. Drie dagen later ligt de bikinitop troosteloos naast onze terrastrap. De apen zijn uitgespeeld…

30 mei 2014