Gekko’s en tokhe’s zijn geinig van een afstandje. Ik glimlach als ik de geluiden van deze narcistjes hoor. Ze roepen telkens hun eigen naam. Ik heb ze liever niet te dicht in de buurt, zoals vorig jaar in m’n houten hill side bungalow op Koh Chang. Nadat ik ze tot twee maal toe naast mijn bed had gesignaleerd, koos deze held op sokken voor een veilige, stenen hotelkamer.

De kleine tjitjak daarentegen vind ik schattig. Ze lopen met hun kleefpootjes op muren en plafonds, binnen en buiten. Ik heb er ook één in m’n slaapkamer. Handig, zo’n muggenvreter.

Als ik een peutertjitjak zie, ontlokt het me een ‘ach gossie!’ Vorige week hield Frank me een boek voor met op de kaft een beestje van zo’n drie centimeter. Voorzichtig liep hij naar buiten en heeft ‘m veilig in de tuin gezet. Tijdens mijn laatste vakantie sprong zelfs een angstig kleintje uit de waterkoker in mijn hotelkamer. ’t Arme ding!

Na een dagje onder de parasollen op het strand, zit ik vanavond lekker met een wijntje bij het zwembad. Ik voel iets zachts op mijn schouder vallen. Een blad uit de boom? Nope, ik zit onder een afdak… Een tjitjak is blijkbaar even vergeten hoe zijn plakpootjes werken en is naar beneden gestort. Hij is zó geschrokken, dat ie rechtstreeks het zwembad in duikt. Met een rotvaart zwemt hij naar het midden van het bad. En daar blijft ie doelloes dobberen.

Margaret to the rescue! Ik hengel met de bezem door het water en hoop ‘m naar de rand van het zwembad te loodsen. Maar van schrik zwemt hij als een heuse Pieter van den Hoogenband bliksemsnel bij de bezem vandaan. Uiteindelijk bonjour ik hem naar de zijkant van het bad. Hij zet z’n natte klevertjes op de rand en rent de vrijheid tegemoet.

Ik voel me best een beetje een held, en niet op sokken deze keer…

12 februari 2015