Met het vliegtuig van Bangkok naar Chiang Mai is zo gepiept. De bus is ook een optie, maar ik kies voor de nachttrein. Ik blijf het een feestje vinden. Niet omdat ie tempo maakt of superschoon is, maar ik geniet van de hele santenkraam erom heen.

Het begint met wachten in de enorme stationshal van Bangkok. Het krioelt er van de reizigers, kraampjes en koffietentjes. In lange rijen staan wachtstoelen opgesteld en een deel is afgezet voor de Boeddhistische monniken. Met oranje lint, past mooi bij hun outfit.

Om krek 18.00 uur klinkt het Thaise Volkslied uit elke speaker op het station en iedereen staat respectvol op van zijn zitplaats. Dit overkwam me trouwens ook op de overvolle Sunday Market in Chiang Mai. Bij de eerste tonen van het nationale lied hield iedereen pas op de plaats. Een bijzondere gewaarwording.

Een half uur voor vertrek wordt omgeroepen dat je naar de trein toe kunt. En da’s geen miezerig treintje, maar wel zo’n twintig wagons aan elkaar geknoopt. Bij het instappen ziet het er uit als een ‘gewone’ coupé. Bagage in de rekken en lekker naar buiten staren. Langzaam en met een hoop herrie komt de trein tot leven en sukkelt het perron af. Na verschillende stops in Bangkok komt er meer vaart in. Het is een drukte van belang; conducteurs, controleurs, agenten, vrouwtjes met water, cola, fruit en snaai lopen af en aan. Ook de restauratiemevrouw, die de bestelling voor het avondeten op neemt.

Zo rond 21.00 uur verschijnt de beddenopmaker. In sneltreinvaart maakt hij bed na bed op. Daar kan menig huisvrouw nog een puntje aan zuigen! Uiteraard heb ik ‘down’ gereserveerd. Voor mij geen matras op stapelbedhoogte. Dat heb ik één keer gedaan en heb de hele nacht ijzig stil op mijn rug gelegen. Doodsbenauwd dat ik twee meter naar beneden zou kletteren.

Roken mag niet in de trein, maar het wordt oogluikend toegestaan bij de instapdeuren. Die trouwens net als alle ramen in de coupé’s de hele nacht openstaan. Een kwestie van je schrap zetten, rug tegen de muur, hand op de deur en paffen. Naar de wc gaan is ook een hele onderneming. Hurken op twee voetstapjes in een ernstig schommelende trein. I rest my case…

Ik slaap fantastisch in de nachttrein. Na zeven uur tukken kijk ik verrukt naar buiten. Er glijden rijstvelden en bergketens langs. De zon komt op. Dit is genieten 2.0! En de restauratiemevrouw maakt het geluk compleet met haar ‘coffeeee, coffeeee!’

23 juni 2015