stekers en bijters

Blijkbaar werkt mijn interne klok op reis hetzelfde als in Nederland. Hier, aan de andere kant van de wereld, houd ik namelijk hetzelfde slaap-waak ritme aan als thuis. Tussen 7.00 en 8.00 uur wrijf ik de slaap uit mijn ogen en loop linea recta naar de keuken voor een kop Nespresso. Word ik lekker wakker van.

Ik installeer me op de veranda met de koffie, een sigaretje en m’n iPad. Op ’t gemak check ik mijn mail, het nieuws, Facebook en kijk of ik nog woordjes kan leggen. Tijd voor een tweede bakske.

En weer te laat bedenk ik me dat ik muggenspray had moeten spuiten. Die stekertjes zijn dol op me. Krabbend aan enkels en armen loop ik mijn slaapkamer in en bestuif me uitgebreid. Sommige beestjes laten zich door deze stank niet afschrikken en fladderen onophoudelijk om me heen. Het moet voor voorbijgangers een maf gezicht zijn, zo’n vrouw die maar met haar handen voor haar gezicht wappert. ‘Ach, wat sneu… Ze is een beetje spastisch’, zie je ze denken.

Volgens mij heeft één mugje de tijd van z’n leven gehad. Op mijn bovenarm heb ik zes bulten op een rij. Ik stel me voor dat ie een bijt-hup-steek-hup spelletje speelde en daarna dik tevreden wegvloog. En opschepte tegen z’n maatjes.

Maar er zijn meer bijters. Rode mieren lopen een parade en laten zich gewillig naar het lokdoosje leiden. Nadat er eentje zich tegoed heeeft gedaan aan de onderkant van mijn voet. Een bijzonder fenomeen is de vliegende mier, die op een bepaald moment z’n vier vleugels afschud en als doodgewone mier verder wandelt. Er liggen her en der honderden vleugeltjes.

Op de muur zie ik een tjitjak loeren naar een mug, half his size. En hij vreet ‘m op. Bravo!

27 juni 2015