hindernissen en ongemakjes

Zo, we zijn er. Bijna dan… Reisgenoot Emmie en ik wachten op de bus, die ons van de luchthaven naar Jomtien brengt. We hoeven maar twee en een half uur geduld te hebben.

Gisterochtend was ik om 6.00 uur wakker. Ruim voor de wekker. Het blijft spannend om naar Thailand te gaan, zelfs na zestien keer. Ik was er helemaal klaar voor. Al weken eigenlijk. Mijn reiskleding en katoenen schoentjes kon ik na het douchen zo aanschieten. Bepakt en bezakt liepen Hans en ik richting Punto, die flink bevroren was. Dapper ontdeden we alle ramen van de stevige laag ijs en sjouwden de bagage in de auto. Laat nou het slot van de deur stijf bevroren zijn. Hij ging met geen mogelijkheid meer dicht…

We keken elkaar even aan en liepen zwijgend naar de Ford. Het krabfestijn herhaalde zich. Best koud met m’n blote voeten in de katoenen instappertjes. ‘Genoeg benzine?’, informeerde ik. Eh nee, de wijzer stond in ’t rood. Gelukkig is onze buurman een benzinepomphouder! Hans rende nog even naar huis om z’n portefeuille van tafel te grissen.
Maar, ruim op tijd begroetten Emmie en ik elkaar in de vertrekhal. Na een heleboel knuffels en afscheidskussen begon ons avontuur dan toch echt.

In het vliegtuig viel Emmie’s buurvrouw nogal onhandig in slaap en kletterde haar wijntje over Emmie’s broek. Gelukkig was ie zwart. ’s Morgens bij het ontbijt meldde ik dat ik de aardbeienyoghurt spuugvies vond en wilde ‘m Emmie overhandigen. Mijn motoriek was na een nacht zonder slaap niet bijster verfijnd en ik lanceerde het potje met een vloeiende beweging in Emmie’s volle beker koffie. Splash, over Emmie’s broek. Gelukkig was ie zwart.

En mag ik nog één ongemakje van deze reis noemen? Nadat een walmende Emmie en ik ruim een uur de Efteling-slinger voor de douane hadden getrotseerd, wist de eerste muskiet me te vinden…

23 januari 2016