Zelfs als je een linguist bent en Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans helemaal onder de knie hebt, is Thais geen piece of cake. Er zijn geen herkenbare woorden, noppes nada…

In de loop der jaren heb ik hier en daar wat woorden opgepikt. Ik kan goeiedag zeggen, melden dat ik het warm heb en een beetje tellen. Masseuses knopen graag een praatje aan en zijn nogal onbeschaamd in hun vragen. Ze willen weten wat je voor dat leuke rokje betaald hebt, hoe oud je bent. Dan kan ik trots in ’t Thais vertellen dat ik ‘ha siep ha’ (55) ben en ‘song loi ji siep baht’ (240 baht) voor dat geinige rokje neerlegde. En natuurlijk loop ik naast m’n schoenen als ze tegen Frank zeggen ‘Mè suai!’, vrij vertaald: je hebt een mooie moeder!

Reisgenoot Emmie is nu voor de tweede keer in Thailand en wil ernstig graag een woordje Thais spreken. Ze informeert hoe je dankjewel zegt en sloeg mijn antwoord (krap khun krap) in haar geheugen op. Toen haar biertje werd neergezet, glimlachte ze ‘Tom Kah Kai’, een heerlijke Thaise kippensoep…

Op het strand komt de één na de andere verkoper zijn handel aanprijzen. Shirts, horloges, inktvisjes, ijs, snuisterijen. Allemaal heel gezellig, maar soms komt het je strot uit. Dan blijf je als een Indiër met je hoofd schudden. Emmie hoort mij ‘mé au, kah’ (ik wil niet, dank) zeggen. Dat onthoudt ze.

Hiermee ben ik trouwens lekker de fout in gegaan. Eerst meldde ik telkens ‘mè au’ in plaats van ‘mé au’. Vrij vertaald: deze moeder wil wel…

Ik heb de lachers op mijn hand als ik een ontzettend lekker ijsje afwijs. ‘mé au pompoei’, (ik wil niet dik) terwijl ik Bessie Turf handgebaren maak. Even later hoor ik Emmie een verkoper van zijden doeken afwijzen. Gedecideerd zegt ze ‘miauw!’…

7 februari 2016