Je rijdt in een krappe drie uur van Grunningen naar Maastrich. Eitje… Thailand is nét even groter dan Nederland. Zonder koffie- en plaspauzes duurt een ritje Jomtien-Sisaket ruim zeven uur. En omdat we vanzelfsprekend bovenstaande breaks nodig hebben, komen we ’s avonds laat pas in ons resortje aan.

De volgende ochtend heeft een relaxte start en na m’n omeletje taaien we in gezelschap van Sang’s oudere zus Ni af naar ‘The Million Bottle Temple’. Wow, alle muren zijn ingelegd met kleine bruine flesjes van de Thaise Red Bull variant. Poeh… die monniken moeten wel héél alert zijn.

Next is de kennismaking met Sang’s ouders. Die maken zich een beetje zorgen… Om mij, notabene! Ze vragen zich af of deze Farang(buitenland)-moeder vindt dat ze te eenvoudig wonen. Eh… nee dus. Ik vind het fantastisch om te zien met hoe weinig spullen deze rijstboeren tevreden zijn. En dat zonder Marie Kondo!

Niet alleen Sang’s ouders, maar ook een stapel tantes en buurvrouwen hebben nieuwsgierig naar onze komst uitgekeken. Na de traditionele Thaise begroeting, worden we mee naar binnen getroond. De mooiste glazen worden uit een doosje gehaald en met een fles ijskoud water gepresenteerd. Heerlijk!

De oude vrouwen zitten heel soepeltjes op de betegelde vloer. Ik duik erbij en kijk gefascineerd toe hoe ze pruimtabak maken. Met een speciaal tangetje worden flinters van rode schors en andere takjes geknipt, vruchten gehalveerd en poedertjes met coconut oil gemengd in een vijzel. Een tante lacht haar rode tanden bloot en biedt me een lepeltje smurrie aan. Beleefd wijs ik het af met ‘mé au, kah…’ en houd mijn pakje Marlboro omhoog.

Ik hijs me overeind en heb de lachers op mijn hand als ik over m’n rode knietjes wrijf. Tijd voor een pafke. En dat ijskoude water!

13 mei 2016