Misschien heb je in mijn vorige verhaal gelezen dat ik in mijn Hill Side Bungalow visite had van een gekko. Erg onschuldig natuurlijk, maar ik schrok me te pletter. Een heldhaftige Thaise knul heeft ‘m voor me gevangen. Einde verhaal, zou je denken… Niets is minder waar.

Even daarna lag ik onder mijn klamboe. Nog niet helemaal gerust. Voor de zekerheid checkte ik de binnenzijde van mijn gazen gordijn met mijn telefoonlampje. Ik bleek het bed te delen met een kakkerkak! En niet zo maar eentje, een monster van zo’n vijf centimeter. Geloof me, ik heb nog nooit zo snel naast mijn bed gestaan.

Ik sprak mezelf ernstig toe: “Kom op, Mar! Gewoon het andere bed opmaken en ogen dicht..” Wonderwel heb ik toch een paar uurtjes geslapen. De volgende ochtend zag de wereld er een stuk minder scary uit.

Die avond was ik extra alert. Al vroeg liet ik de klamboe zakken en stopte de stof strak onder het matras. Zo, hermetisch afgesloten voor vliegende, kruipende en geschubde vriendjes. Op mijn terras las ik een fantastisch boek uit. Tijd om te slapen. Toen wéér een kwart meter lange hagedis me aandachtig opnam, was de maat vol! Ik smeet de deur dicht en struikelde naar de receptie. Ik wilde NU een andere kamer. Een gewone, met deuren die sluiten. Geen Hill Side Bungalow met al z’n kieren en tochtgaten.

Natuurlijk was er om half 11 ’s avonds geen mens meer te bekennen bij de entree. In de lounge genoot de security guy van een geinig filmpje op z’n iPhone. In simpel Engels gaf ik ‘m te verstaan dat ik nog liever op het strand zou slapen dan terug te gaan. Godzijdank, hij begreep me. Achter de coulissen van de receptie vond hij de sleutel van een vrijstaande kamer.

Samen liepen we naar de bungalow om mijn bagage te halen. Onderweg benadrukte ik dat ik ‘a strong woman’ ben, alleen op vakantie. Om mijn stelling kracht bij te zetten, maakte ik met mijn arm een Popeye-gebaar. Samen grabbelden we mijn spullen bij elkaar en ik werd netjes afgezet bij een ‘sea view room’. Wat een zaligheid! Ruim, schoon en belangrijker, een deur die echt dicht kan. Nu ik alle beesten op de heuvel had achtergelaten, sliep ik als een roos.

Bijkomend voordeel van deze mooie kamer is een koelkast, zodat m’n biertje niet lauw gedronken hoeft te worden. En een waterkoker voor koffie en thee. Omdat het vandaag een regenachtige dag is, ben ik langere tijd op het overdekte terras te vinden met mijn e-reader. Hmm… ik kan natuurlijk Nescafé maken, bedenk ik me en sluit de waterkoker aan. Als ik met de waterfles in de aanslag het deksel optil, schiet er een klein, bibberig hagedisje uit. Ach gossie, zijn moeder heeft natuurlijk een ei gelegd in het openstaande apparaat en is toen even een luchtje gaan scheppen. Het arme ding is in de krochten van de waterkoker geboren. En heeft erin gepoept…

Twee dingen: ik ben dus niet bang voor álle reptielen en ik bedank vriendelijk maar beslist voor de koffie!

6 juni 2014