In 2005 nam ik voor ’t eerst de nachttrein van Bangkok naar Chiang Mai. Een trip van zo’n 750 km. Ik keek m’n ogen uit. De bankjes in de coupé werden na het avondeten vliegensvlug omgetoverd tot stapelbedden. Maar ik wilde voor ’t slapen eerst nog even naar de restauratiewagon. Ik wist niet wat ik zag… De bar werd bemand door een Thaise James Brown, die de muziek loeihard had staan. Bier vloeide rijkelijk, er werd gedanst.

Blijkbaar is dit meer dan eens uit de klauw gelopen. Er is nu een ‘non alcohol’ beleid. Jammerrrrr… Sang waagde nog een poging om een biertje te bestellen en de minifles rode wijn lonkte vanuit mijn handbagage. Terwijl we om de beurt stiekum een nip wijn namen, kwam het vrouwtje die het avondeten gebracht had naar Sang. Ze fluisterde dat Sang best een biertje van de 7Eleven had mogen meesmokkelen. Aha, goed om te weten voor een volgende trip!

We hebben lekker met de ramen wijd open geslapen in onze lower bunks. De fout om een bovenbedje te reserveren maak ik niet meer. Ooit lag ik namelijk de hele nacht stijf op m’n rug in de boemelende, schuddende trein. Doodsbang om naar beneden te kletteren.

Na het ontbijt kwam de collega van het dinervrouwtje naar Sang en vroeg zachtjes in het Thais of ze nog zin had in een biertje. Hij had twee blikjes ijskoude Leo voor haar gescoord. Met een krantje en plastic er om heen. Sang zat dus om 11 uur ’s morgens aan ’t vermomde bier!

We gaan zometeen weer terug naar Bangkok. Eens kijken of er nog ruimte is voor smokkelwaar in onze handbagage!